Energie- en elektrotechniek

Van capaciteit naar kwaliteit: de verborgen grenzen van een vol stroomnet

Beter benutten is tegenwoordig het uitgangspunt van het Nederlandse netcongestiebeleid. Batterijen, flexibele aansluitingen en actief gestuurde vermogenselektronica moeten extra ruimte opleveren op een net dat vol zit. Maar hoe dichter we tegen de technische grenzen aan werken, hoe meer de kwaliteit van stroom en spanning bepaalt hoeveel ruimte er werkelijk te vinden is.

De urgentie is onverminderd groot. Elf brancheorganisaties stuurden recent een brandbrief aan de Autoriteit Consument & Markt. Ze maken bezwaar tegen de aanbetaling die regionale netbeheerders vragen voor een plek op de wachtlijst: inmiddels 20 procent van de aansluitkosten. Tegelijk laat de Rotterdamse haven zien wat technische oplossingen kunnen opleveren. TenneT, Havenbedrijf Rotterdam, Deltalinqs en Stedin werkten maatregelen uit waardoor een deel van de wachtende bedrijven eerder kan worden aangesloten.

Batterijen als nieuwe netlaag
Ook batterijopslag moet ruimte opleveren. RWE, eigenaar van onder andere de centrale in Moerdijk, besloot definitief om hier een batterij van 400 megawatt en 1.100 megawattuur te bouwen. Via afspraken over capaciteitssturing met TenneT moet die ruimte vrijmaken voor partijen op de wachtlijst. De batterij kan daarnaast netdiensten zoals inertie leveren.
Achter de meter gaat het net zo snel. In de eerste helft van 2026 registreerden netbeheerders een recordaantal van 30.856 nieuwe batterijen, samen goed voor meer dan 800 megawatt aan geregistreerd vermogen. Netbeheer Nederland roept installateurs daarnaast via nieuwe toolkits op om meer uit bestaande aansluitingen te halen. Het gevolg is dat steeds meer schakelend vermogen achter dezelfde aansluiting komt te hangen.

De marges zitten aan de randen
Wie het net intensiever gebruikt, stuit op andere grenzen dan de thermische. TenneT verhoogde de limieten van 113 netschakels en won daarmee tientallen megawatt. Bij deze en ongeveer 500 vergelijkbare situaties dienen zich echter mogelijke grenswaarden voor elektromagnetische compatibiliteit aan. Dat gerichte technische analyse loont, blijkt op het laagspanningsnet. Na een structurele aanpak van spanningsproblemen, in plaats van individuele behandeling, daalde het aantal storingen in het Enexis-gebied van 1.400 in 2023 naar 1.000 in 2025.

Eén omvormer, twee perspectieven
In al deze ontwikkelingen speelt de omvormer de hoofdrol. Hij bepaalt hoeveel harmonische en supraharmonische emissie een installatie veroorzaakt, hoe gevoelig die is voor spanningsdips en hoe hij reageert op sturingssignalen of zelf netondersteuning levert. Wie zulke installaties ontwerpt, aansluit of beoordeelt, moet daarom twee kanten op kunnen kijken. Vanuit het net is de vraag wat de installatie met de spanningskwaliteit doet. Vanuit de apparatuur is de vraag hoe die zich staande houdt in een steeds drukkere elektromagnetische omgeving. Juist waar die twee perspectieven samenkomen, ligt de ruimte die ‘beter benutten’ moet opleveren.

Verdiep je in de techniek
Die twee perspectieven vormen de kern van twee cursussen van PAOTM.
De tweedaagse cursus Power quality onder leiding van prof. dr. Sjef Cobben (TU/e) behandelt het netperspectief: spanningsdips en flikker, harmonische vervuiling, asymmetrie, transiënten en monitoring aan de hand van praktijkcases. De zesdaagse Engelstalige cursus Elektromagnetische compatibiliteit onder leiding van dr. Lex van Deursen (TU/e) belicht de apparatuur- en systeemkant, met onder meer EMC in grote systemen, niet-lineaire verschijnselen en transiënten. In beide cursussen doe je de nieuwste kennis op en zet die direct in jouw werkpraktijk in voor de netcapaciteit van morgen.

Programmamanager

Waarom PAOTM

  • De nieuwste postacademische kennis en kunde
  • Toegespitst op vraagstukken die spelen in een technische omgeving
  • Interactief en direct toepasbaar in de praktijk
  • Topdocenten vanuit wetenschap, onderzoek en bedrijfsleven

PAOTM wordt gemiddeld beoordeeld met een

8,3

Gerelateerde cursussen