opleiding

Luchtverontreiniging, luchtkwaliteit en depositie - blok 3

Luchtkwaliteit deel 1: Wet- en regelgeving, besluitvorming en maatregelen / Effecten en fijn stof

Dit blok richt zich op de effecten van luchtverontreiniging en besluitvorming over activiteiten en ruimtelijke plannen. De effecten van luchtverontreiniging worden beschouwd vanuit lokaal en mondiaal perspectief. Vanwege de specifieke problematiek rondom fijn stof wordt daarop verdiept ingegaan. Na het volgen van dit blok begrijp je hoe de effecten samenhangen en waarom aanpak complex van aard is.

Ook leer je alle facetten van luchtkwaliteit in relatie tot besluitvorming over vergunningen (industrie) en plannen (infrastructuur). Daarbij is kennis over de wet- en regelgeving en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van groot belang. Op welke wijze kunnen maatregelen worden genomen (rijksniveau en lokaal niveau) en op welke wijze vindt de doorwerking plaats in de besluitvorming?

Bedoeld voor

Personen die op HBO-niveau werkzaam zijn op dit gebied bij overheid, industrie en adviesbureaus. Ook interessant voor personen die werken in het kader van vergunningverlening, ruimtelijke besluitvorming, gezondheid en natuur.

Deel deze pagina

  • Programma

    Module 19 // Kader 

    Het kader en de context van luchtkwaliteit wordt uiteengezet. Het richt zich op het verkrijgen van inzicht over en kennis van:

    • de aard en omvang van de luchtkwaliteit
    • de samenhang tussen emissies en luchtkwaliteit

    Er wordt ingegaan op de opbouw van de luchtkwaliteit voor verschillende stoffen en de verschillende doelgroepen zoals verkeer, scheepvaart, industrie, landbouw en luchtvaart. Daarnaast wordt nader ingegaan op de verhouding tussen landelijke emissies en lokale blootstelling, het verloop in concentraties en de trend en ontwikkeling van de luchtkwaliteit

    Module 20   // luchtkwaliteit, normstelling en gezondheid 

    In deze module staat de relatie tussen luchtkwaliteit en gezondheid centraal. Zowel factoren die de blootstelling bepalen als de gevolgen voor gezondheid komen aan bod. De nadruk ligt op de componenten fijn stof en stikstofdioxide. Daarbij wordt inzicht gegeven in de manier waarop de wettelijke en gezondheidskundige normen tot stand komen. Ook worden praktische voorbeelden gegeven van vanuit gezondheidskundig oogpunt ‘verstandig’ lokaal beleid.

    Module 21  // Hoofdlijnen van regelgeving en beleid 

    Welke regels en normen zijn er om de luchtkwaliteit op leefniveau te bewaken? Welk beleid schuilt er achter deze regels? Wat is de samenhang en hoe kun je de verschillende regels toepassen?

    In dit dagdeel leer je de hoofdlijnen kennen van de luchtkwaliteitsregelgeving. Daarbij ligt de nadruk op de luchtkwaliteitsregels bij ruimtelijke projecten (zoals een bestemmingsplan).

    Module 22  // Klimaatverandering en luchtkwaliteit 

    Stoffen in de lucht hebben een directe invloed op het klimaat, door invloed op de stralingsbalans en wolkenvorming. Maar ook het omgekeerde geldt: als er meer periodes met warm en stabiel weer komen stijgen ook de concentraties verontreinigende stoffen. In dit cursusonderdeel wordt inzicht gegeven in natuurlijke klimaatveranderingen, de huidige klimaatverandering ten gevolge van menselijke uitstoot van broeikasgassen, de rol van roet en sulfaat in de atmosfeer en wisselwerkingen tussen fijn stof en klimaat.  Ook wordt het mechanisme rond het gat in de ozonlaag uitgelegd. Het doel is om een breed overzicht te geven, zodat cursisten kennis hebben van de belangrijkste begrippen.  Ook is er aandacht voor voorbeelden en inzicht, zodat na afloop van cursus nieuwe vragen uit de praktijk met de juiste redenering kunnen  worden beantwoord.

    Module 23  // Besluitvorming 

    De Tracéwet regelt de besluitvorming voor Infra-projecten. Om tot een onherroepelijk Tracébesluit te komen wort het MIRT-proces (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) doorlopen.  Het MIRT-proces bestaat uit opeenvolgende fasen. Na de Startbeslissing wordt de verkenning doorlopen met als resultaat het voorkeursalternatief van het project. Daarna volgt de planuitwerking met als resultaat het Tracébesluit. Is het Tracébesluit  onherroepelijk dan volgen de uitvoeringsbeslissing en de realisatie. Door de gestructureerde aanpak van het MIRT-proces is de doorlooptijd van het besluitvormingsproces teruggebracht tot 4 jaar.

    Module 24 en 26 // Thema fijn stof 

    In het thema Fijn stof worden de belangrijkste bronnen van fijn stof op lokale en (inter)nationale schaal in kaart gebracht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in primaire en secondaire deeltjes. De verschillende fracties van fijn stof worden gegroepeerd naar deeltjesgrootte en chemische samenstelling. Naast de gereglementeerde fijn stof fracties PM2.5 en PM10 wordt aandacht besteed aan gezondheidsverdachte fracties zoals roet, ultrafijn stof en zware metalen. Het meten en modelleren van de verspreiding van fijn stof, de gezondheidsrisico’s en effecten op klimaatverandering komen aan de orde. Met praktijkvoorbeelden van onderzoek in de buurt van wegverkeer, binnenvaart, vliegvelden en industriegebieden wordt de blootstelling van de bevolking toegelicht. Tenslotte wordt de toekomst van het Europese beleid en onderzoek naar fijn stof geschetst.

    Module 25  // Besluitvorming in het ruimtelijk spoor 

    De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is op dit moment nog een belangrijke wet in de ruimtelijke besluitvorming van Nederland.

    Volgens artikel. 3.1 lid 1 van Wro dient een bestemmingsplan te strekken ten behoeve van een "goede ruimtelijke ordening". Nadrukkelijk dient de vraag te worden beantwoord waarom een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling op die specifieke locatie moet gaan plaatsvinden en niet ergens anders.

    Als geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd staat daarmee de strijd met een goede ruimtelijke ordening vast. Dit is vaste jurisprudentie van de bestuursrechter. Het aantonen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat geschiedt voor zover van toepassing of noodzakelijk met een luchtkwaliteits- en/of geuronderzoek. 

    Bij de planvorming van een bestemmingsplan worden door de medewerkers van de overheid en adviesbureaus een aantal Handreikingen gehanteerd op het gebied van Ruimtelijke ordening en milieu. De Handreiking Ruimtelijke Ordening en Milieu, de VNG publicatie "Bedrijven en milieuzonering", de nieuwe Handleiding Geur zijn bij de planvorming van belang voor de aspecten luchtkwaliteit, stofhinder en geur.

    De module  Luchtkwaliteit en omgeving:  Besluitvorming in het ruimtelijk spoor behandelt de milieuaspecten luchtkwaliteit, geur en stofverspreiding in samenhang met voornoemde Handreikingen.

    Module 27  // Maatregelen (rijk) 

    In Nederland volgt twee sporen om de luchtkwaliteit langs het hoofdwegennet te verbeteren. Ten eerste het spoor van generieke bron aanpak zoals het bevorderen van schonere voertuigen Euro 5/V en Euro 6/VI  door middel van fiscale maatregelen. Dit is, ondanks de tegenvallen met Euro 6 personendieselvoertuigen, een succesvolle aanpak gebleken want de afgelopen jaren is de uitstoot van wegverkeer gestaag gedaald.

    Het  generieke spoor is niet overal in staat om hardnekkige lokale luchtkwaliteit knelpunten op te lossen. Deze knelpunten treden op  wanneer de bijdragen van het verkeer en ander emissiebronnen  samenvallen in combinatie specifieke omgevingsfactoren die hoge luchtconcentraties bevorderen. Deze knelpunten worden via het tweede spoor effectief bestreden door middel van lokale maatregelen zoals luchtschermen langs snelwegen of milieuzones in grote steden.

    Module 28  // Maatregelen en luchtkwaliteit 

    In Nederland verschuift de focus van luchtkwaliteitsmaatregelen langzaam van knelpunten en grenswaarden naar maatregelen voor een gezonde stad. Dat brengt een andere kijk op maatregelen met zich mee en een verschuiving van verkeersmaatregelen naar generieke maatregelen. Zowel lokaal als internationaal!