Schadeonderzoek in de bouw klinkt misschien als een niche, maar de gevolgen van een verkeerde conclusie kunnen enorm zijn, van onnodige kosten tot veiligheidsrisico’s. Huibert Borsje, forensisch ingenieur bij TNO, wijdt zijn hele carrière al aan het doorgronden van constructieve schade. In de cursus Schadeonderzoek in de Bouw: Forensic Engineering leert hij professionals een andere manier van kijken. “Het is geen rocket science, maar je moet wél je oogkleppen kunnen afzetten.”
Borsje begon zijn loopbaan met relatief kleine schadegevallen, maar specialiseerde zich gaandeweg in complexere zaken, waaronder instortingen en explosies met soms dodelijke afloop. “Door heel veel projecten leer je steeds beter hoe je zo’n onderzoek moet opzetten. Per project kijk ik: wat heb ik hieruit geleerd? Dat neem je mee naar het volgende.” Die ervaring vormt nu de basis van de cursus.
In de praktijk ziet Borsje dat schadeonderzoek er vaak bij wordt gedaan, bijvoorbeeld door constructeurs die normaal ontwerpen. “Is er iets ingestort? Dan mag jij dat doen, want jij bent een goede constructeur. Maar dat is een heel ander vak.” Het gevolg: te snel conclusies, te weinig doorvragen en tunnelvisie.
De kern van forensic engineering, zo benadrukt Borsje, is het reconstrueren van wat er werkelijk is gebeurd. “Je moet de constructie écht begrijpen. Hoe was die opgebouwd? Hoe werkte die met temperatuur, belasting, de omgeving? Pas als je dát snapt, kan je een verklaring vinden voor de schade.”
Een sprekend voorbeeld: bij een beschadigde parkeergarage zagen constructeurs een onverklaarbare scheur. Ze gingen rekenen, maar kwamen er niet uit. Borsje en zijn collega’s kozen een andere aanpak, ze keken naar de constructie als geheel, inclusief niet-constructieve muurtjes die normaal genegeerd worden. Zo werd kwalitatief een verklaring gevonden voor de scheur: een verhinderde temperatuurvervorming bleek de oorzaak. Die muurtjes bestonden voor de constructeur niet en zaten daardoor niet in het rekenmodel. Maar in de praktijk speelden ze een cruciale rol.
De cursus is volledig opgebouwd uit praktijkervaring. Waar lezingen over forensic engineering doorgaans draaien om projectresultaten, richt deze cursus zich juist op de aanpak. Hoe benader je een schade? Welke stappen zet je? En hoe voorkom je dat je te snel een conclusie trekt?
“Ik noem het bottom-up denken”, legt Borsje uit. “Ga niet meteen zoeken naar de oorzaak. Analyseer eerst: wat weet ik? Wat mis ik nog? Die mindset is niet standaard in de mens, maar je kunt het leren.” Deelnemers aan de eerste editie bevestigen dat: het belangrijkste inzicht was dat ze anders naar schade zijn gaan kijken.
De cursus is relevant voor een breed publiek: van constructeurs en adviseurs tot medewerkers bij gemeentelijk bouwtoezicht. Enig bouwkundig of constructief inzicht is voldoende als voorkennis.
Wat Borsje na al die jaren nog steeds drijft? Het moment dat de puzzel compleet is. “Je begint een reconstructie, je ziet weinig, je snapt het nog niet, vergelijkbaar met een stapel losse puzzelstukjes. En dan ga je steeds dieper, beginnen de eerste puzzelstukjes te passen en dan opeens ….. valt alles op z’n plek. Dat eureka-moment, dat geeft iedere keer weer heel veel voldoening..”
Zo’n eureka-moment ervaarde Borsje recent nog bij het onderzoek naar de instorting aan de Tarwekamp in Den Haag. Het Openbaar Ministerie prees de helderheid van de conclusies in het TNO-rapport over de bouwkundige staat en het instortingsmechanisme. “Daar doe je het voor”, aldus Borsje. “Complexiteit doorgronden en omzetten in heldere conclusies die iedereen kan volgen.”
Wil jij leren hoe je schadeonderzoek in de bouw grondig, betrouwbaar en professioneel aanpakt? Of je nu zelf onderzoek uitvoert of de kwaliteit ervan moet beoordelen, deze cursus geeft je de kennis om met vertrouwen en overtuiging op te treden. Meld je aan en ontdek hoe jij het verschil kunt maken bij constructieve schadegevallen.

Foto: De Tarwekamp in de Haagse wijk Mariahoeve, waarbij zes mensen omkwamen en meerdere woningen instortten.
“Betrouwbaar schadeonderzoek gaat veel verder dan het nadenken over mogelijke oorzaken.”